Europees handelsbeleid en het recht op gezondheid
Het recht op gezondheid geldt voor iedereen. Hoewel staten de plicht hebben om er voor te zorgen dat ieder van dit recht kan genieten, wordt het recht op gezondheid bedreigd door economische belangen. De verregaande vrijhandelsakkoorden die de Europese Unie aan het onderhandelen is met landen in het Zuiden illustreren dat.

Als je vragen of suggesties hebt, kan je deze sturen via info@intal.be. We nemen dan zo snel mogelijk contact met jou op.

Geïnteresseerd in dit onderwerp? Ga dan eens een kijkje nemen in de volgende intal-groepen: intal-santé

Vrijhandel

Handel: doel of middel?

In de Wereldhandelsorganisatie (WTO), het multilaterale kader voor de vrijmaking van handel, stootte de voortschrijdende liberalisering van de internationale handel op steeds meer weerstand van de ontwikkelingslanden. Daarom legt de EU sinds enkele jaren meer nadruk op bilaterale vrijhandelsakkoorden: akkoorden tussen twee landen of regio's van landen. Op die manier kon de EU opnieuw eisen op tafel leggen die ontwikkelingslanden binnen de WTO succesvol hadden afgeblokt.

De prioriteiten van de EU op het vlak van handel vinden we terug in twee basisdocumenten: de Lissabonstrategie en 'Global Europe: Competing in the World'. Met de Lissabonstrategie stelt de EU zich tot doel de meest dynamische en concurrentiële kenniseconomie te worden, waarbij de bescherming van (haar eigen) intellectuele eigendomsrechten centraal staat. 'Global Europe', een strategie die in 2006 werd aangenomen, heeft als doel de concurrentiepositie van Europese bedrijven in de wereld te bevorderen. Het document stelt drie prioriteiten voorop: een betere markttoegang voor Europese export van goederen en diensten, betere toegang tot natuurlijke hulpbronnen en het tegengaan van niet-tarifaire handelsbelemmeringen.

Via bilaterale handelsakkoorden probeert de EU bij haar handelspartners regels die een hinderpaal vormen voor Europese bedrijven te beïnvloeden. Bilaterale handelsakkoorden bevatten daarom steeds een clausule die stelt dat binnenlandse regelgeving zo weinig mogelijk “handelsverstorend” moet zijn. Door dit soort bepalingen krijgt handel de bovenhand op publieke belangen, zoals volksgezondheid, milieubescherming of onderwijs.

Lopende onderhandelingen tussen de Europese Commissie (EC) en ontwikkelingslanden:

  • Economische Partnerschapsakkoorden (EPA's): met Centraal-Afrika, de SADC-landen (zuidelijk Afrika), West-Afrika, de landen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, oostelijk en zuidelijk Afrika, de landen van de Stille Oceaan.
  • Vrijhandelsakkoord met landen van Zuidoost-Azië (ASEAN). De onderhandelingen met de regio zijn geblokkeerd. Als alternatief onderhandelt de EC nu met afzonderlijke landen, te beginnen met Singapore en Vietnam.
  • Associatieakkoord met landen van Centraal-Amerika, conclusie voorzien voor mei 2010.
  • Vrijhandelsakkoord met India. De EC hoopt dit akkoord nog in 2010 af te ronden.
  • Vrijhandelsakkoord met Mercosur. Voorlopig zijn de onderhandelingen geblokkeerd.

Afgeronde onderhandelingen:

  • EPA met de Cariforum-landen. Momenteel ter ratificatie in nationale parlementen van de EU.
  • Associatieakkoord met Colombia en Peru.
  • Speciaal akkoord: Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA), een handelsakkoord dat de strijd aangaat tegen namaakproducten. In de praktijk streeft men naar een multilateraal kader voor de afdwinging van intellectuele eigendomsrechten. Conclusie voorzien in 2010.

Laatste update: april 2010

 


Het citaat

It is true that too many bilateral agreements skip the sensitive issues and therefore don’t create new trade. [...] We’ve made it clear to our partners that the EU is only interested in deep Free Trade Agreements across the full range of sectors.


mandelson.jpg


Het cijfer
2006

De EU neemt 'Global Europe: Competing in the World' aan, een nieuwe strategie om de concurrentiepositie van Europese bedrijven in de wereld te bevorderen, waarbij publieke belangen ondergeschikt zijn.


http://ec.europa.eu/trade/creating-opportunities/trade-topics/european-competitiveness/global-europe/

Video


Woordenlijst

De Wereldhandelsorganisatie (WTO): werd opgericht in 1995 en komt voort uit de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT, Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel) die in 1947 in Genève werd ondertekend door 23 landen. De taken van de WTO zijn bevordering van internationale handel, beslechting van handelsconflicten en opheffing van handelsbarrières. De basisfilosofie van de organisatie is dat internationale handel de beste en snelste manier is om de wereld welvarender te maken en dat daarom elk obstakel voor internationale vrijhandel uit de weg moet worden geruimd. De WTO telt 153 leden.

EPA's of Europese Partnerschapsakkoorden zijn overeenkomsten over goederen, diensten, investeringen en openbare aanbestedingen die de Europese Unie wil afsluiten met de zogenaamde ACS-staten. Dat zijn in totaal 79 voormalige koloniën van Frankrijk, Engeland, Italië, Portugal, Spanje, België en Duitsland. 48 ACS-landen liggen in Afrika, 16 in de Caraïben en 15 in de Stille Oceaan.
 


Gezondheidsimpact

Impact van vrijhandelsakkoorden op gezondheid

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt dat iedereen recht heeft op gezondheid. Het recht op gezondheid omvat niet enkel gezondheidszorg, maar ook de onderliggende determinanten van gezondheid, zoals toegang tot proper water en sanitaire voorzieningen, degelijke huisvesting, voeding, enz. Al deze aspecten worden significant beïnvloed door vrijhandelsakkoorden.

De liberalisering van handel heeft in de eerste plaats gevolgen voor de onderliggende factoren van gezondheid zoals tewerkstelling, voedselzekerheid, inkomen en ongelijkheid. Het klassieke argument voor de vrijmaking van handel is dat het achtereenvolgens leidt tot economische groei, welvaart, armoedereductie, betere gezondheid en daardoor opnieuw tot groei. Deze relatie is echter niet vanzelfsprekend en hangt sterk samen met de initiële ongelijkheid in een samenleving. Hoe groter die ongelijkheid, hoe minder armoedereductie er mogelijk is. Bovendien leidt handelsliberalisering juist vaak tot meer ongelijkheid.

Slecht nieuws voor de begroting van de overheid

De liberalisering van handel heeft ook gevolgen voor de overheidsfinanciën. Overheden uit arme landen halen immers vaak een groot deel van hun inkomsten uit douanetarieven door het heffen van invoer- en uitvoerrechten. De Wereldbank schat dat douaneheffingen in Sub-Sahara Afrika tussen de 7 en 10 procent van het overheidsbudget uitmaken. Producten uit de Europese Unie vertegenwoordigen er 40 procent van de totale import. Het verminderen van de invoerheffingen daarop vormt een zware aderlating. Hierbij mag men niet uit het oog verliezen dat overheidsbegrotingen door de financiële en economische crisis nu al zwaar onder druk staan.

Gezondheid: een winstgevende sector

Anders dan vaak gedacht, kan er met gezondheidszorg in de derde wereld veel geld verdiend worden en staan er dus commerciële belangen op het spel. De gezondheidssector is één van de snelst groeiende sectoren van de wereldeconomie. Een rapport van McKinsey van 2007 stelt dat door de groei van de middenklasse in Afrika, de markt voor private gezondheidszorg er tegen 2016 goed is voor 21 miljard dollar per jaar. Deze investeringsopportuniteit kan ingevuld worden door binnenlandse of buitenlandse investeerders. Ook Business Europe, een organisatie die de belangen van de bedrijven bij de Europese Unie verdedigt, stelt dat de EU onder andere via vrijhandelsakkoorden toegang moet zoeken tot participatie in internationale openbare aanbestedingsmarkten in sleutelsectoren waaronder gezondheid en water.

Liberalisering van gezondheidszorg

De toenemende internationale handel in gezondheidsdiensten neemt verschillende vormen aan: gezondheidswerkers gaan werken in het buitenland, buitenlandse investeerders investeren in ziekenhuizen, en verzekeringsbedrijven zoeken naar nieuwe markten. Bovendien proberen meer en meer landen consumenten aan te trekken uit andere landen, het zogenaamde gezondheidstoerisme.

Op aanraden van onder meer de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds privatiseren ontwikkelingslanden de gezondheidssector. Zonder regulerend kader is het risico echter reëel dat de privésector zich zal concentreren op het rijke, lees winstgevende, deel van de bevolking, waardoor het arme deel van de bevolking aangewezen is op de ondergefinancierde publieke sector of helemaal geen toegang heeft tot gezondheidszorg.
Landen kunnen ervoor kiezen om delen van hun gezondheidssysteem open te stellen voor buitenlandse investeerders, op een unilaterale manier of onder een bindend handelsakkoord. Het internationaal bindend kader voor de liberalisering van diensten is het GATS-akkoord (Algemeen Akkoord voor Handel in Diensten) van de WTO. Volgens dat akkoord kunnen diensten op vier verschillende manieren verhandeld worden. Voor de handel in gezondheidsdiensten brengt elke manier zowel opportuniteiten als risico’s met zich mee:

Handel in gezondheidsdiensten Opportuniteit Risico
Diensten worden aangeboden over de grens heen. Zorgen kunnen aangeboden worden in moeilijk bereikbare gebieden (bv. diagnose op afstand). Minder middelen beschikbaar voor andere gezondheidsdiensten.
Consumenten gaan over de grens (medisch toerisme). Buitenlandse inkomsten. Inzet van de beperkte middelen om buitenlanders te bedienen in plaats van de eigen bevolking.
Bedrijven vestigen zich in een ander land om diensten aan te bieden. Opportuniteiten voor nieuwe tewerkstelling en toegang tot technologie. Ontwikkeling van een gezondheidssysteem dat werkt op twee snelheden met een interne braindrain.
Migratie van dienstverlenende personen. Economische winsten van geldtransfers door gezondheidspersoneel dat in het buitenland werkt. Permanente emigratie van gezondheidspersonen.

Aangepaste versie van kader van Wereldgezondheidsorganisatie, 2006

Liberalisering van diensten onder een vrijhandelsakkoord volgt hetzelfde systeem als het GATS-akkoord, maar met dat verschil dat landen nog een bijkomende druk ondervinden om verbintenissen aan te gaan in de gezondheidssector. Artikel 5 van GATS, dat de voorwaarden van bilaterale liberalisering van diensten vastlegt, stelt immers dat het akkoord een substantiële sectorale dekking moet hebben.

Handelsakkoorden zijn niet de oorzaak van de privatisering van gezondheidsdiensten, maar hebben wel als gevolg dat de commercialisering van de sector niet meer teruggeschroefd kan worden. Een handelsakkoord is immers bindend van natuur. Als de buitenlandse investeerder meent dat zijn rechten geschaad zijn, dan kan die een rechtszaak aanspannen. Zo krijgen bedrijven de mogelijkheid om te protesteren tegen overheidsmaatregelen die hun winst beperken. Op die manier ondermijnt een engagement in de dienstensector ook de beleidsruimte van een overheid.
 


Het citaat

Handel heeft op verschillende manieren een impact op gezondheid. (…) Staten hebben de plicht er voor te zorgen dat hun handelsbeleid hun wettelijke verplichtingen inzake het recht op gezondheid niet in de weg staat.


paul_hunt.gif


Het cijfer
7 à 10 %

De Wereldbank schat dat douaneheffingen in Sub-Sahara Afrika tussen de 7 en 10 procent van het overheidsbudget uitmaken. Via vrijhandelsakkoorden wil de EU deze heffingen grotendeels ongedaan maken.


L. Hinkle, M. Hoppe, R. Newfarmer: “Beyond Cotonou: Economic Partnership Agreements in Africa.” In Trade, Doha, and Development - A Window into the Issues; Chapter 22; The World Bank, Trade Department, 2006

Video

Woordenlijst

GATS-akkoord: Het internationaal bindend kader voor de liberalisering van diensten van de WTO. GATS staat voor General Agreement on Trade in Services (Algemeen akkoord voor handel in diensten).


Toegang tot geneesmiddelen

Toegang tot betaalbare geneesmiddelen bedreigd

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie gaat in ontwikkelingslanden 25 tot 66 procent van de uitgaven voor gezondheidszorg naar geneesmiddelen. De prijs van geneesmiddelen vormt er dus een cruciale factor in het gezondheidsbudget en is dus ook bepalend voor het niveau van gezondheidszorg.

Intellectuele eigendomsrechten, barrière voor toegang tot geneesmiddelen

De sleutelfactor om de prijs voor geneesmiddelen te drukken is concurrentie. Generische concurrentie zorgt ervoor dat de prijzen van medicijnen gemiddeld 40 tot 80 procent dalen. De bescherming van intellectuele eigendomsrechten vormt een barrière voor concurrentie en daarom ook voor de toegang tot medicijnen en de ontwikkeling van een lokale farmaceutische industrie.

In 1995 werd het TRIPS-akkoord (Trade Related Intellectual Property Rights) van kracht. TRIPS verplicht de leden van de Wereldhandelsorganisatie onder meer om octrooien te beschermen voor minstens 20 jaar. Voor farmaceutische octrooien hebben de minst ontwikkelde landen tot 2016 de tijd om het akkoord in wetten te gieten. Daarnaast legt het TRIPS-akkoord ook andere verplichtingen op ter bescherming van intellectuele eigendom.

Voor de Europese Unie gaat het TRIPS-akkoord echter niet ver genoeg. Daarom streeft ze in vrijhandelsakkoorden regels na die verder gaan dan het TRIPS-akkoord, zogenaamde TRIPS-plus-elementen. Die spelen nog meer in het voordeel van de grote monopolies en beperken de mogelijkheid tot concurrentie. Voorbeelden van TRIPS-plus-standaarden zijn :

  • Uitbreiding van de termijn van octrooibescherming, dus langer dan de 20 jaar zoals voorzien in TRIPS.
  • Gegevensexclusiviteit: Door gegevensexclusiviteit kan een producent van generische geneesmiddelen gedurende een aantal jaar geen beroep doen op de originele klinische testgegevens, waardoor dat bedrijf eigen testgegevens moeten voorleggen als het een medicijn op de markt wil brengen en opnieuw studies moet uitvoeren, wat tijd en geld kost.
  • Strafmaatregelen voor het niet respecteren van intellectuele eigendomsrechten (inclusief octrooirecht). Gevangenisstraf maakt deel uit van de sancties.
  • Grensmaatregelen: inbeslagname van goederen bij import, export of doorvoer waarvan men denkt dat ze een inbreuk maken op eender welk intellectueel eigendomsrecht.

Het EU-India-vrijhandelsakkoord en TRIPS+

In juni 2007 begonnen de Europese Commissie en de regering van India onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord. De Europese Unie wil het akkoord graag rond hebben tegen eind 2010. Hoewel de onderhandelingen achter gesloten deuren verlopen, was er al heel wat verzet in India en andere ontwikkelingslanden. De nieuwe generatie van vrijhandelsakkoorden omvat immers veel meer dan handel in goederen. Handel in diensten, intellectuele eigendomsrechten, concurrentiebeleid en overheidsaanbestedingen liggen ook op de onderhandelingstafel.

In 2005 moest India zijn regulering inzake intellectuele eigendomsrechten aanpassen om in overeenstemming te zijn met de voorzieningen van het TRIPS-akkoord van de Wereldhandelsorganisatie. India moet nu ook een patentbescherming respecteren van minimaal 20 jaar voor nieuwe geneesmiddelen en andere TRIPS-voorzieningen die de intellectuele eigendomsrechten beschermen, meestal die van transnationale ondernemingen in geïndustrialiseerde landen. Het wordt echter breed erkend dat een striktere bescherming van intellectuele eigendomsrechten een negatieve invloed heeft op de toegang tot medicijnen.

Nu stuurt de EU aan op regels die nog verder gaan dan het TRIPS-akkoord, de zogenaamde TRIPS+-voorzieningen. Ngo's en gezondheidsactivisten vrezen dat het EU-India-vrijhandelsakkoord gevolgen kan hebben voor de toegang tot geneesmiddelen in India en daarbuiten.

India is een van de weinige ontwikkelingslanden die zijn eigen farmaceutische industrie heeft kunnen ontwikkelen door zijn soepele wetgeving inzake patenten op geneesmiddelen. Sinds 1999 staat de Indische farmaceutische industrie in voor 70% - 80% van de medicijnen in India, waardoor het een van de weinige landen is die zelfvoorzienend zijn in medicijnen. Als producent van generische geneesmiddelen vinden we India terug op de derde plaats wat volume betreft en op de 14de plaats als het over omzet gaat.

Vandaag staat India bekend als 'apotheek van de ontwikkelingslanden'. Het land behoort tot de wereldtop-10 van farmaceutische uitvoerders, met exportcijfers die 17,8% per jaar groeien. Generische geneesmiddelen uit India worden wereldwijd gebruikt door ngo's en overheidsprogramma's om patiënten met levensbedreigende ziekten zoals hiv/aids, kanker en andere ziekten te behandelen. India staat in voor 90% van de hiv/aids-geneesmiddelen die vandaag in ontwikkelingslanden gebruikt worden. Artsen Zonder Grenzen, die 140.000 hiv/aids-patiënten in 30 landen behandelen, kopen meer dan 80% van hun hiv/aids-geneesmiddelen in India. Ook meer dan de helft van de essentiële geneesmiddelen die Unicef uitdeelt en 75% van de geneesmiddelen die door de International Dispensary Association verdeeld wordt in ontwikkelingslanden zijn afkomstig uit India. Daarnaast zijn er nog overheidsgezondheidsprogramma's in meer dan 12 landen zoals Brazilië, Ecuador en Thailand, die generische geneesmiddelen in India aankopen. Het is dankzij de concurrentie van Indische generische geneesmiddelen dat de marktprijzen van anti-retrovirale behandelingen spectaculair gedaald zijn.

Elk handelsakkoord dat gevolgen heeft voor de Indische farmaceutische industrie zal daarom niet alleen de lokale, Indische markt treffen, maar ook een grote impact hebben op de toegang tot geneesmiddelen in de ontwikkelingslanden. In India is de kostprijs van geneesmiddelen de voornaamste oorzaak van schulden op het platteland. Maar liefst 70% betaalt geneesmiddelen uit eigen zak. Elke verandering op het vlak van beschikbaarheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen zou een catastrofe zijn voor de meerderheid van de Indiërs.

De onrust over de toegang tot betaalbare geneesmiddelen neemt toe na de grootschalige overnames van Indische bedrijven door multinationale ondernemingen in het recente verleden. Gegevens van de farmaceutische industrie suggereren dat tegen 2015, wanneer de geneesmiddelenmarkt in India geschat wordt op meer dan 20 miljard dollar, meer dan 15% van het totaal aantal geneesmiddelen gepatenteerde geneesmiddelen zullen zijn. Dat betekent dat de patenthouder het monopolie heeft en volledig vrij is om de prijs te vragen die hij wil.

 

 


Het citaat

Ontwikkelde landen mogen ontwikkelingslanden en minst ontwikkelde landen niet aanmoedigen om TRIPS-plus-elementen aan te nemen in vrijhandelsakkoorden en moeten opletten voor acties die een inbreuk kunnen maken op het recht op gezondheid.


anand.jpg


Het cijfer
66%

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie gaat in ontwikkelingslanden 25 tot 66 procent van de uitgaven voor gezondheidszorg naar geneesmiddelen.


Video


Woordenlijst

TRIPS-akkoord (Trade Related Intellectual Property Rights): TRIPS verplicht de leden van de Wereldhandelsorganisatie onder meer om octrooien te beschermen voor minstens 20 jaar. Voor farmaceutische octrooien hebben de minst ontwikkelde landen tot 2016 de tijd om het akkoord in wetten te gieten. Daarnaast legt het TRIPS-akkoord ook andere verplichtingen op ter bescherming van intellectuele eigendom.


Wat willen we?

Het recht op gezondheid komt voor economische belangen!

Samen met het Actieplatform Gezondheid en Solidariteit, waar intal de werkgroep 'Noord-Zuid' leidt, buigen we ons al sinds twee jaar over de impact van de Europese vrijhandelsakkoorden op het recht op gezondheid in het Zuiden. Via research, lobbying en actie op straat dringen we er bij onze Belgische regering op aan om als lid van de Europese Unie er mee voor te zorgen dat het recht op gezondheid voorrang krijgt op economische belangen.

Aangezien in de vrijhandelsakkoorden die de Europese Unie met landen in het Zuiden onderhandelt leven en dood op het spel staan, eist intal samen met het Actieplatform Gezondheid en Solidariteit, dat de EU de volgende minimumregels respecteert:

  • Liberalisering van diensten gelieerd aan gezondheid en TRIPS-plus-provisies mogen in geen geval deel uitmaken van bindende vrijhandelsakkoorden. Verder moeten de regeringen uit het Zuiden compensaties krijgen voor verlies aan inkomsten door de afschaffing van invoerheffingen, zodat zij zich niet verplicht zien te snoeien in uitgaven voor sociale sectoren.
  • Duidelijke criteria. Er moeten duidelijke criteria opgesteld worden waaraan het handelsbeleid moet voldoen om een negatieve impact op de volksgezondheid te voorkomen. Die criteria moeten na een publiek debat door het Europees Parlement vastgelegd worden.
  • Transparantie. Handelsakkoorden mogen niet in het geheim onderhandeld worden. Het Europees Parlement en alle betrokken partijen, inclusief de sociale bewegingen, moeten tijdens de onderhandelingen op elk moment geïnformeerd worden over de ontwikkelingen.
  • Onafhankelijke impactstudies. Er mogen geen vrijhandelsakkoorden afgesloten worden zonder voorafgaande, onafhankelijke impactstudies die de gevolgen voor de volksgezondheid onderzoeken. Deze onderzoeken moeten openbaar gemaakt worden voor de akkoorden geratificeerd worden.
  • Flexibiliteit. Na het afsluiten van de akkoorden moet de impact ervan op de volksgezondheid verder opgevolgd worden. Indien er een negatieve impact op de volksgezondheid wordt vastgesteld, moet het mogelijk zijn om het akkoord te herzien.
     

Het citaat

There is a terrible irony in the world’s two largest supposed democracies secretly negotiating a trade agreement which will be potentially disastrous for peoples’ rights, livelihoods and for the environment.


Dharmendra_Kumar.JPG


Het cijfer

Video

Woordenlijst

TRIPS-plus-provisies: via vrijhandelsakkoorden wil de Europese Commissie maatregelen afdwingen van de landen waarmee ze onderhandelt die verder gaan dan wat overeengekomen werd in het TRIPS-akkoord in de Wereldhandelsorganisatie. Wat Europa wil is een verstrenging van de intellectuele eigendomsrechten om de concurrentiepositie van Europese bedrijven veilig te stellen. Het gaat onder meer om een uitbreiding van de periode waarin een patent geldig is, gegevensexclusiviteit, grensmaatregelen en strenge strafmaatregelen. 


Video
Foto's
Educatief materiaal