De voedselcrisis
Nooit eerder in de geschiedenis waren er meer mensen met honger dan in de laatste jaren. Hun aantal schommelt rond de 1 miljard. Dat betekent dat zowat 1 op 6 mensen 's avonds met honger naar bed gaat. Hoe komt dat en wat kan daaraan gedaan worden?

Voor al je vragen of suggesties, kan je je wenden tot wim@g3w.be, we zullen je zo snel mogelijk antwoorden.

Geïnteresseerd in dit onderwerp? Ga dan eens een kijkje nemen in de volgende intal-groepen:
No timeline available.

Waarom honger?

Waarom honger?

Nooit eerder in de geschiedenis waren er meer mensen met honger dan in de laatste jaren. Hun aantal schommelt rond de 1 miljard. Dat betekent dat zowat 1 op 6 mensen 's avonds met honger naar bed gaat.

Ook de prijs van voedsel heeft recordhoogten bereikt. De FAO (de VN-organisatie voor voedsel en landbouw) berekent maandelijks een index van de voedselprijzen op de internationale markten. Die index schommelt maar piekte in 2008, toen ook de wereldeconomie in een crisis verzandde. In 2011 bereikte de index een nieuwe piek en niemand verwacht dat de prijzen nog zullen zakken tot het niveau van voor de crisis.

Sommige commentatoren en experts verwijzen naar de bevolkingsaangroei als belangrijkste oorzaak van de voedselcrisis. De Wereldbank, VN-instellingen en een aantal grote ontwikkelingsagentschappen blijven zweren bij de oude recepten: de productiviteit moet omhoog door de invoering van biotechnologie en andere nieuwe technieken.

En toch is er voldoende voedsel. Tijdens de laatste twintig jaar steeg de voedselproductie in de wereld met 2 percent per jaar terwijl de bevolkingsaangroei terugviel tot 1,14 percent. Zelfs in het rampjaar 2008 zou er volgens de FAO genoeg voedsel geweest zijn om 1,5 keer te voldoen aan de noden. Kortom, het klopt niet dat het aanbod aan voedsel geen gelijke tred houdt met de vraag.

Het probleem is dat de meeste mensen met honger in de wereld gewoon te arm zijn om genoeg voedsel van goede kwaliteit te kopen. De prijs van voedsel vormt een probleem omdat bijna 3 miljard mensen, de helft van de wereldbevolking, arm zijn en een inkomen van minder dan twee dollar per dag. Bijna één op vijf moet het stellen met minder dan één dollar per dag.

Honger en armoede gaan dus hand in hand. Arme mensen hebben honger en honger ontneemt hen kansen op ontwikkeling. Ze vluchten, steken zich in de schulden of verkopen hun schamele bezittingen. Ze gaan ook minder voedzaam voedsel eten. De gevolgen voor de gezondheid zijn evident. Maar er zijn ook de gevolgen op lange termijn. De verkoop van bezittingen en schulden leiden meestal tot een neerwaartse spiraal. Als kinderen niet naar school kunnen, dan verminderen hun kansen op een goede opleiding. En een slechte gezondheid vermindert de capaciteit om te werken of te leren.

Wat dit verhaal nog complexer maakt, is dat de meerderheid van die armen zelf boeren zijn. Zij die voedsel produceren, moeten het zelf ontberen.

De oorzaken van de voedselcrisis zijn dan ook meervoudig. Er zijn een aantal 'acute' fenomenen die zich genesteld hebben op de onderliggende langetermijntrends die verantwoordelijk zijn voor de chronische honger.

De belangrijkste van die langetermijntrends, die de voedselsituatie in de wereld al decennia bepalen, zijn de volgende:

  • Landloosheid en armoede drijven arme boeren van het platteland naar de steden.
  • Liberalisering van de internationale handel in voedsel waardoor ontwikkelingslanden afhankelijk worden van gedkoop ingevoerd voedsel en hun eigen landbouw zien teloor gaan.
  • Een toenemende concentratie van de controle op de hele voedselketen, van productie tot verkoop, in de handen van enkele gigantische multinationals.
  • Een voedingspatroon gebaseerd op vleesconsumptie. Granen en soja worden verwerkt tot veevoeders en op die manier tot vlees voor consumptie. Dat hele proces is echter weinig efficiënt aangezien tot 95 percent van de calorieën daarbij verloren gaat.

Daarbovenop komen dus enkele ontwikkelingen van de laatste jaren, die de acute voedselcrisis hebben veroorzaakt:

  • Andere prijsstijgingen hebben die van de voedselprijzen beïnvloed, vooral de stijgende olieprijzen.
  • De productie van biobrandstoffen heeft landbouwgrond ingenomen die niet meer gebruikt wordt voor voedselproductie.
  • De toenemende klimaatchaos laat zich voelen in de onvoorspelbare weersomstandigheden die de oogsten beïnvloeden.
  • Speculatie op landbouwproducten heeft de prijs ervan opgedreven.

Het citaat

Hunger is not a natural disaster – it's a political problem.


465973-schutter.jpg


Het cijfer
1 miljard

Het aantal mensen met honger in de wereld in 2009.


The State of Food Insecurity in the World 2010

Video


Woordenlijst

FAO: Food and Agriculture Organisation

Biotechnologie: De toepassing van organismen, zoals planten, dieren, schimmels en bacteriën voor de ontwikkeling van nieuwe stoffen, voeding en medicijnen. De genetische manipulatie is een voorbeeld van biotechnologie.


Land en landbouw

Land en landbouw

De laatste decennia is er veel veranderd in de manier waarop aan landbouw gedaan wordt. In het Noorden heeft de grootschalige, geïndustrialiseerde landbouw zich ontwikkeld tot de belangrijkste leverancier van voedsel.

In het Zuiden zijn de veranderingen op het vlak van landbouw minder spectaculair. Voor de overgrote meerderheid van kleine boeren is één ding constant gebleven: de armoede. Maar toch is er ook voor hen veel veranderd. Die veranderingen hebben veel te maken met hun relatie tot het land. En land is zeer belangrijk voor een kleine boer. Land is een bron van inkomen, maar ook een levensverzekering voor armen op het platteland. Een boer zonder land heeft geen enkele bestaanszekerheid.

Toen de voormalige kolonies in de tweede helft van de vorige eeuw onafhankelijk werden, was de idee dat hun landbouw “gemoderniseerd” moest worden naar het model van de landbouw in de industrielanden. In vele ontwikkelingslanden bedreef de overgrote meerderheid van de boeren nog landbouw zoals hun voorvaderen dat deden: met zeer primitieve middelen, op gemeenschappelijke gronden of als pachters op het land van grootgrondbezitters. Enkele plantages en grote landerijen, waar men produceerde voor de export, vormden de uitzonderingen.

De Wereldbank promootte de “Groene Revolutie” met de bedoeling de productie te verhogen dankzij nieuwe landbouwtechnieken. Op die manier zou de ondervoeding en armoede uit de wereld geholpen worden. De “Groene Revolutie” bestond uit het gebruik van een beperkt aantal verbeterde zaden op grote schaal. Dit soort landbouw verdrong de traditionele landbouw die zich gedurende generaties had aangepast aan de omgeving in de tropen, weinig investeringen vereiste en gebaseerd is op het hergebruik van zaden. De "moderne" landbouwmethoden, daarentegen, hebben veel water, chemische meststoffen en pesticiden nodig en zaden zijn slechts beperkt herbruikbaar.

Deze technieken waren inderdaad in staat om gedurende een bepaalde tijd de productie sterk te verhogen. Al snel bleek echter dat de gevolgen voor het milieu nefast waren: de chemicaliën putten het land uit, het grondwater zakte en land verziltte. Daardoor was de productieverhoging slechts tijdelijk. Bovendien geraakte ook de gezondheid van vele boeren aangetast.

Arme boeren in het Zuiden ondervonden echter nog andere negatieve effecten van de “Groene Revolutie”. Ze werden willens nillens meegesleurd in een marktlogica. De productiekosten verhoogden aanzienlijk en hun inkomen kwam onder druk. Arme boeren werden van hun land verdreven door grootschalige landbouwprojecten en het bezit van een eigen stukje land werd hoe langer hoe minder haalbaar voor de landloze boeren. Honger is en blijft een realiteit voor een groot deel van de voedselproducenten.

Sinds de jaren '90 promoten de multinationals genetisch gemodificeerde gewassen als “wondermiddel” om de voedselproductie op te drijven. Soms gaat het om gewassen die resistent zijn tegen onkruidverdelgers zodat die producten onbeperkt gebruikt kunnen worden. In elk geval brengen die producten terug stijgende kosten met zich mee. Kleine boeren worden daardoor nog meer afhankelijk van de producten van de agrochemische industrie, terwijl dit soort producten de grootschalige landbouw verder bevordert. Kortom, de “Gene Revolution” heeft net hetzelfde effect als de “Green Revolution”.

De recente voedselcrisis heeft de toegang tot land voor arme boeren verder op de helling gezet. Verschillende landen zijn op zoek naar landbouwgrond in het buitenland om hun voedseltoevoer veilig te stellen. Naast de multinationals zijn het nu ook landen uit de middenmoot zoals de oliestaten, Zuid-Korea, China of India, die investeren in landbouwgrond in arme landen. De Wereldbank schatte in 2009 dat er op minder dan een jaar tijd 56 miljoen hectaren in het Zuiden werd opgekocht. Een studie van Oxfam schat het totale oppervlak dat van eigenaar veranderde in de laatste tien jaar op 227 miljoen hectaren. Dat is meer dan de totale oppervlakte van West-Europa.

Landloosheid blijft de dag van vandaag nog altijd een belangrijk probleem in het Zuiden. In onze partnerlanden is dat zeer duidelijk. In de Filippijnen hebben 7 op de 10 boeren geen of veel te weinig land om ervan te kunnen leven. Landhervorming blijft er één van de cruciale eisen van de volksbeweging. In Palestina draait de bezetting van de Westelijke Jordaanoever onder andere om de controle van land en water, ten koste van de Palestijnse landbouw.


Het citaat

3/4 van de mannen en vrouwen die honger lijden wonen op het platteland en zijn afhankelijk van landbouw voor hun overleven. De meeste van hen zijn landloze boeren.



Het cijfer
1,4

1, 4 miljard mensen woont op het platteland en leeft van de landbouw.


http://www.ifad.org

Video


Woordenlijst

Groene Revolutie: Deze term verwijst naar een reeks van vernieuwingen in de landbouw die plaatsvond tussen het einde van de jaren '40 en eind jaren '70. Deze modernisering had de grootste impact sinds de laten jaren '60 in Azië. Deze modernisering had tot doel om de productiviteit van de landbouw op te drijven, hetgeen slechts tijdelijk lukte. De wetenschapper Norman Borlaug werd bekend als "Father of the Green Revolution".


Liberalisering

Liberalisering van internationale handel

Kort na de dekolonisatie, zo'n 50 jaar geleden, hadden de ontwikkelingslanden een handelsoverschot in landbouwproducten van zo'n 1 miljard dollar. Dat betekent dat ze toen meer landbouwproducten uit- dan invoerden. Intussen is die verhouding helemaal op zijn kop gezet. De ontwikkelingslanden hebben nu een tekort op hun handelsbalans voor wat landbouwproducten betreft van meer dan 11 miljard dollar. Arme landen moeten nu jaarlijks voor 38 miljard dollar granen invoeren. Vroeger zelfvoorzienend in landbouwproducten en nu afhankelijk van de invoer, dat is het resultaat van het internationale handelsbeleid van de laatste vijftig jaar.

Het internationaal handelsbeleid wordt gedomineerd door de idee dat de “vrije markt” ervoor kan zorgen dat elk land gebruik kan maken van het eigen “comparatief voordeel”. Landen in het Zuiden zijn uitermate geschikt om tropisch fruit of -waarom niet?- snijbloemen te verbouwen voor de markten in de industrielanden. Zij kunnen dan net zo goed hun graan, rijst, soja, maïs of olie invoeren uit andere landen. De idee is dat de “onzichtbare hand” van de markt ervoor zorgt dat uiteindelijk iedereen wint bij de “vrije handel”.

In werkelijkheid zijn er winnaars en verliezers. Dat is ook logisch. Ten eerste kwam niet iedereen gelijk aan de start. De industrielanden hadden decennialang de vruchten geplukt van de kolonisatie terwijl de landen van het Zuiden nog maar pas dat juk hadden afgeworpen. Ten tweede blijft de ongelijkheid tussen de verschillende handelsblokken immens. Als de Europese Unie vrijhandelsakkoorden onderhandelt met ontwikkelingslanden dan is dat een verhaal van David tegen Goliath. Ten derde hebben de industrielanden het spel ook nooit eerlijk gespeeld. Terwijl ze van de ontwikkelingslanden vergaande vrijmaking eisten van de markt bleven ze zelf hun markten afschermen.

Regeringen van het Zuiden hadden weinig andere keuze dan om dit beleid te volgen. In de jaren '80 waren het de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds (IMF) die dit beleid oplegden middels de Structurele Aanpassingsprogramma's. Als voorwaarde om leningen te kunnen krijgen moesten de ontwikkelingslanden hun subsidies aan hun eigen boeren en vissers verminderen, de invoerheffingen verminderen en overheidsprogramma's voor de aankoop, stockage en verdeling van voedsel afbouwen.

In de jaren '90 zag ook de Wereldhandelsorganisatie het licht. Eén van de basisverdragen van deze organisatie is het Landbouwakkoord (Agreement on Agriculture) dat opnieuw dezelfde voorwaarden oplegt. De industrielanden drongen aan op een drastische afbouw van de taksen op invoer waardoor het gemakkelijker en goedkoper werd om landbouwproducten internationaal te verhandelen. En terwijl het akkoord nieuwe overheidssteun aan de lokale landbouw verbood, zorgden de rijke landen er wel voor dat zij hun subsidies aan de landbouwsector konden behouden. Het resultaat was dat de dumping van goedkope, gesubsidieerde landbouwproducten uit het Noorden, de arme boeren uit het Zuiden uit de markt prijsde.


Het citaat

The policies currently shaped by the international trade regime are not supportive of these small-scale farmers. Instead, we impose a lose-lose upon them.


465973-schutter.jpg


Het cijfer
25%

De minst ontwikkelde landen zijn voor 25% afhankelijk van de invoer voor hun voedselvoorziening. Daardoor moesten ze 5 tot 6 keer meer uitgeven tussen 1992 en 2008.


Olivier De Schutter "The World Trade Organization and the Post-Global Food Crisis Agenda: Putting Food Security First in the International Food System"

Video

Woordenlijst

Comparatief voordeel: Dit houdt in dat een land een bepaald product relatief goedkoper kan produceren dan een handelspartner in vergelijking met andere producten, zelfs wanneer één speler alles voordeliger kan produceren dan de andere speler. De theorie wordt over het algemeen toegeschreven aan David Ricardo. Het comparatieve voordeel geeft dus aan waarom het in de internationale economie voordelig kan zijn om handel met elkaar te drijven.

Structurele Aanpassingsprogramma's: Als reactie op de schuldencrisis van de jaren '80 verbonden de Wereldbank en het IMF voorwaarden aan hun leningen die de economie van ontwikkelingslanden verder liberaliseerden en privatiseerden.

Landbouwakkoord: Het Landbouwakkoord (Agreement on Agriculture) is een van de handelsakkoorden waarop de Wereldhandelsorganisatie is gebaseerd. Het werd op 1 januari 1995 van kracht.


Multinationals

Concentratie in grote monopolies

De laatste decennia is de hele voedselindustrie geconcentreerd bij enkele enorme multinationals. Die hebben hun invloed uitgebreid door overnames van andere bedrijven in hun specifieke sector (zaden, pesticiden, groothandel, kleinhandel,...). Tegelijkertijd zijn die bedrijven ook uitgezwermd over andere delen van die hele keten. In sommige gevallen beheerst een bedrijf bijna de hele keten, van het veld tot het bord.

In de Verenigde Staten is bijna 85 percent van de handel in rundsvlees in handen van vier bedrijven en passeert meer dan de helft van alle voedsel dat verkocht wordt in warenhuizen langs vijf warenhuisketens. En aangezien de markten in de rijke landen al lang verzadigd zijn, gaan deze bedrijven steeds agressiever op zoek naar markten in het Zuiden.

Slechts drie bedrijven, Monsanto, DuPont en Syngenta, controleren wereldwijd 40 percent van de totale zaadhandel. Samen met Bayer, Dow en anderen zijn dit ook de grote spelers op het vlak van chemische landbouwproducten zoals pesticiden. Driekwart van die markt is in handen van zes bedrijven. Twee bedrijven, Archer Daniels Midland en Cargill, staan garant voor driekwart van de handel in granen. De productie van voedsel en drank is nog niet zo sterk geconcentreerd maar 10 multinationals, waaronder Nestle, Kraft, Coca-Cola, en Pepsi controleren meer dan een kwart van de wereldmarkt.

De voedingsgewoonten in de ontwikkelingslanden hebben zich doorheen de jaren ook aangepast aan het aanbod van deze bedrijven. Dat is al begonnen in de tijd van de kolonisatie maar ook na de onafhankelijkheid werd de lokale bevolking verder gewoon gemaakt aan een westers dieet van verwerkte voedingsproducten. De dumping van voedingsproducten, soms zelfs als voedselhulp, speelde daar een belangrijke rol in maar ook de reclame is belangrijk. De populariteit van vezelarm voedsel met een hoog vet- en suikergehalte is echter medeverantwoordelijk voor de groeiende epidemie van chronische ziekten.

Grote bedrijven produceren op grotere schaal en volgens vaste procedures en protocols. Omdat zij zo oppermachtig zijn kunnen ze hun voorwaarden opleggen aan toeleveringsbedrijven, afnemers, de consumenten en hun werknemers. Op die manier kunnen ze hun concurrentie uit de markt prijzen, ook in de ontwikkelingslanden. Op het hoogtepunt van de voedselcrisis, wanneer voedsel schaars wordt en de prijzen voor de consumenten de pan uit swingen, maakten deze bedrijven superwinsten. Dat is de ironie van de “vrije markt” onder controle van de landbouwmonopolies: hoe slechter het systeem tegemoet komt aan de noden van het volk, hoe meer winsten ze opstrijken.


Het citaat

Global food companies have grown too powerful and are undermining the fight against poverty in developing countries. They are draining wealth from rural communities, marginalising small-scale farming, and infringing people’s rights.


1943990_300.jpg


Het cijfer
2

Twee bedrijven staan garant voor driekwart van de wereldwijde handel in granen.


Video

Woordenlijst

Dumping: Het aanbieden van goederen tegen te lage prijs op de buitenlandse markt om die te veroveren.


Biobrandstoffen

Biobrandstoffen

Momenteel wordt slechts de helft van 's werelds graanproductie rechtstreeks aangewend voor menselijke consumptie. Enerzijds worden landbouwproducten meer en meer gebruikt voor dierenvoeding. Vleesproductie is echter zeer inefficiënt. Om één kilogram vlees te produceren is er tot 16 kilogram graan nodig en er is 11 keer meer fossiele brandstoffen nodig om 1 calorie aan dierlijke eiwitten te produceren dan om plantaardige eiwitten te maken.

De vleesconsumptie neemt al verschillende decennia gestaag toe maar een recente oorzaak voor de huidige voedselcrisis is de recente toename van landconversie voor biobrandstoffen. Maïs, soja, palmolie etc. worden massaal aangeplant om er brandstof van te maken. Voor Europa en de Verenigde Staten is dat een strategie om minder afhankelijk te worden van aardolie. De stijgende olieprijzen en het besef dat de aardolievoorraden over enkele tientallen jaren uitgeput zullen zijn, hebben deze biobrandstoffen extra aantrekkelijk gemaakt.

De Verenigde Staten en Brazilië zijn de belangrijkste producenten van bio-ethanol. In de Verenigde Staten wordt bijna een derde van de maïs verwerkt tot ethanol. Naast maïs is ook suikerriet een belangrijke bron van bioethanol. Biodiesel is dan weer voor een groot deel een Europese aangelegenheid. Duitsland en Frankrijk staan in voor twee derde van de wereldproductie. De Europese Unie wil dat biobrandstoffen tegen 2020 instaan voor 10% van de energiebehoeften.

De grootschalige productie van biobrandstoffen betekent echter een verdere verschraling van de biodiversiteit. Bovendien wordt een verdere stijging van de voedselprijzen verwacht. Dat speelt in het voordeel van de grote voedselproducenten maar arme, landloze boeren en arme stedelingen trekken alweer aan het kortste eind.


Het citaat

The effect of transforming hundreds and hundreds of thousands of tons of maize, of wheat, of beans, of palm oil, into agricultural fuel is absolutely catastrophic for the hungry people. So it's a crime against humanity.


600px-Jean_Ziegler_IMG_2915.JPG


Het cijfer
30%

In de voedselcrisis van 2008 werd 30% van de prijsstijging van granen op de wereldmarkt toegeschreven aan biobrandstoffen.


Rosegrant, Mark W. International Food Policy Research Institute. Testimony for the U.S. Senate Committee on Homeland Security and Governmental Affairs, May 7, 2008

Video


Woordenlijst

Bio-ethanol: Dit is chemisch identiek aan reguliere methanol, maar geproduceerd uit biomassa (=organisch materiaal) in plaats van fossiele brandstoffen.

Biodiesel:

Dit is een type biobrandstof die gemaakt wordt uit plantaardige olie of dierlijk vet.


Speculatie

Speculatie

Speculatie met voedsel is niet echt een nieuw fenomeen. Grootgrondbezitters, handelaars en grote bedrijven kopen voedsel op na de oogst om het later terug op de markt te brengen. Naargelang ze een monopoliepositie hebben, kunnen ze op dat moment natuurlijk de prijzen naar hun hand zetten. Overheden hebben daarom in het verleden zelf stocks aangelegd om te vermijden dat de prijzen te hoog zouden oplopen op het moment dat het voedsel schaars wordt. Onder druk van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank werden dergelijke overheidsprogramma's echter afgebouwd.

Tegenwoordig wordt er echter massaal en op veel grotere schaal met voedsel gespeculeerd. De handel in voedsel was decennialang gereglementeerd om speculatie te voorkomen maar tijdens de jaren '90 werden in de Verenigde Staten de restricties opgeheven.

Door de toenemende economische crisis gaan financiële speculanten op zoek naar nieuwe investeringsmogelijkheden. Vooral sinds het begin van de jaren 2000 en de huizencrisis in de Verenigde Staten wordt zwaar ingezet op voedsel. Er wordt niet alleen voedsel opgekocht om het later aan een hogere prijs te verkopen maar ook creatievere vormen van speculatie geraken in zwang. Zo gaat men bijvoorbeeld contracten sluiten om een bepaalde hoeveelheid voedsel in de toekomst op te kopen tegen een prijs die wordt afgesproken op het moment dat de deal wordt gesloten. Dat kan veel geld opleveren als de marktprijs intussen de hoogte ingaat. Dit soort van speculatie zou tussen 2006 en 2011 gegroeid zijn van 65 miljard dollar tot 126 miljard dollar. Zo'n 60% van de graanhandel zou vandaag onder controle staan van investeringsfondsen.

Het effect van dit vrij recente fenomeen is omstreden maar grote ngo's zijn ervan overtuigd dat speculatie een belangrijke rol speelt in de stijging van de voedselprijzen. Die luisteren steeds minder naar de wet van vraag en aanbod. De prijs van voedsel op de wereldmarkt wordt onberekenbaar onder de invloed van de investeringsfondsen. De consumenten zijn het slachtoffer, maar ook de kleine producenten die zich niet kunnen wapenen tegen de grillen van de markt.


Het citaat

The dotcoms vanished at the end of 2001, the stock market soon after, and the U.S. housing market in August 2007. As each bubble burst, large institutional investors moved into other markets.


465973-schutter.jpg


Het cijfer
20

De waarde van de financiale speculatie op de voedselmarkt (126 miljard dollar) is 20 keer de totale internationale ontwikkelingshulp aan de landbouw.


World Development Movement, Broken Markets, September 2011.

Video


Woordenlijst

Speculatie: Een transactie waarbij een goed gekocht wordt met als enig doel om het later terug aan een hogere waarde te verkopen, en niet om het goed zelf te gebruiken.


Voedselsoevereiniteit

Voedselsoevereiniteit

De volksbeweging in Noord en Zuid schuift voedselsoevereiniteit naar voor als het antwoord op de chronische voedselcrisis. Het is een concept dat ontwikkeld werd door de arme boeren zelf en voor het eerst op de agenda werd gezet door La Via Campesina, de internationale federatie van kleine boeren, in het midden van de jaren '90.

Voedselsoevereiniteit erkent het recht van gemeenschappen en volkeren om hun eigen beleid te voeren met betrekking tot voedsel en landbouw en zelf de productiemiddelen te controleren. Het erkent ook het recht op een gezonde, aangepaste en duurzame voedselproductie. Het gaat verder dan voedselzekerheid dat enkel oog heeft voor de toegang tot voedsel. Voedselsoevereiniteit spreekt zich, naast de toegang tot voedsel, ook uit over een democratische controle over de voedselproductie.

De People's Coalition on Food Sovereignty, een Aziatisch campagnenetwerk, omschrijft enkele belangrijke principes als volgt:

  • Iedereen heeft het recht op gezond, veilig en aangepast voedsel. Een goed voedselprogramma moet erop toezien dat dit voedsel in de gemeenschap aanwezig is aan betaalbare prijzen.
  • De overheid moet ervoor zorgen dat elk gezin een inkomen heeft dat hen toelaat om voedsel te kunnen kopen. De prijs van basisproducten zoals brood, rijst, melk, eieren etc. moet begrensd zijn.
  • De overheid moet ook zorgen voor voldoende voedselreserves die gebruikt kunnen worden in het geval zich rampen voordoen.
  • Iedereen moet het recht hebben om voedsel te produceren. Overheidsprogramma's moeten landbouw en visserij stimuleren zodat meer mensen daarin actief kunnen zijn. Deze programma's moeten zich richten op zelfredzaamheid en niet op de productie voor de export.
  • Het hoofdaspect van programma's voor zelfredzaamheid in voedselproductie is om kleine producenten sterker te maken. Land- en visserijhervorming moet ervoor zorgen dat de arme boeren toegang hebben tot en de controle hebben over de productiemiddelen.
  • Een programma voor aangepaste technologie moet deze ter beschikking stellen van de kleine producenten. Zij moeten ook op een aangepaste manier toegang krijgen tot kapitaal.
  • Het financieel en handelsbeleid moet de hiervoor genoemde programma's ondersteunen met subsidies, steun en bescherming. Akkoorden zoals die onder de Wereldhandelsorganisatie en de 'structurele aanpassing' van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moeten stopgezet worden.
  • De overheid moet een landbouwproductie stimuleren die ecologisch duurzaam is en de gezondheid van de producenten en consumenten voor ogen heeft. Daarom moet het voorzorgprincipe ingevoerd worden: zolang de veiligheid van bepaalde producten niet bewezen is, moeten ze uit de voedselketen gehouden worden.

Het citaat

Voor de mensen in het Zuiden betekent voedselsoevereiniteit het recht om zich te beschermen tegen invoer. Voor ons betekent het vechten tegen exportsubsidies en tegen intensieve landbouw. Er is absoluut geen tegenstelling.


Jose_Bove_Salon_Agriculture_2006.jpg


Het cijfer
148

Het aantal boerenorganisaties van over de hele wereld die zich aansloten bij La Via Campesina.


Video


Woordenlijst

Voedselsoevereiniteit verzekert dat het recht om land te gebruiken en beheren, gebieden, water, zaden, vee en biodiversiteit in de handen zijn van degenen die het bewerken en niet het bedrijfsleven.


Video
Foto's
Educatief materiaal